Auteur: Jeldrik Bakker, Francis van der Mooren, Harm Jan Boonstra
Watergebruik Thuis (WGT) 2021

5. Het bad

5.1 Uitgevraagde kenmerken

In de vragenlijst watergebruik thuis zijn er enkele vragen opgenomen die gebruikt zijn om het watergebruik voor het bad te bepalen. Voor elke badkamer in het huishouden (tot een maximum van 3 badkamers) is gevraagd naar het gebruik van het bad en het gebruik van een kinderbad. Bij het bad is gevraagd hoe vaak het is gebruikt en hoe lang de kraan heeft opengestaan. Het gebruik van het kinderbad is geschat op basis van hoe vaak het badje gebruikt is en hoe vaak het badje opnieuw is gevuld.

5.2 Resultaten

Vier op de tien personen beschikken over een bad, veelal gaat het daarbij om een ligbad. Vooral kinderen in de leeftijd van 0 tot 15 hebben een bad tot hun beschikking, dit is in lijn met het gegeven dat het ook vooral de paren met kinderen zijn die een bad hebben. Het beschikken over een bad hangt samen met het gestandaardiseerde huishoudensinkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe vaker het voorkomt dat men een bad heeft. Ook is sprake van een samenhang met stedelijkheid. Daarvoor geldt dat personen die in zeer sterk stedelijke gebieden wonen minder vaak een bad hebben. Middelbaar opgeleiden hebben minder vaak een bad dan laag- en hoogopgeleiden. Waarbij opgemerkt moet worden dat het bij de laagopgeleiden ook gaat om jongeren die nog onderwijs volgen en bij hun ouder(s) wonen.

De gemiddelde frequentie van het gebruik van het bad was 0,09 keer per dag en per keer is er gemiddeld 142,4 liter gebruikt. Hiervoor staat de kraan gemiddeld 10,3 minuten aan, wat overeenkomt met 13,9 liter per minuut. Het gemiddelde watergebruik per persoon per dag is voor het bad 5,2 liter. Vrouwen maken iets vaker dan mannen gebruik van het bad, en datzelfde geldt voor de eenpersoonshuishoudens ten opzichte van de overige huishoudens.

5.2.1 Presentatiegraad en frequentie bad per persoon, WGT 2021
P (%)F (aantal keer per dag)
Totaal420,09
Geslacht
Man420,05
Vrouw410,12
Leeftijd
0 tot 15 jaar540,11
15 tot 25 jaar430,08
25 tot 45 jaar370,12
45 tot 65 jaar430,06
65 jaar en ouder350,08
Nederlands440,09
Westers430,08
Niet westers270,08
Hoogst behaald onderwijsniveau
Laag440,10
Middelbaar380,09
Hoog510,05
Burgerlijke staat
Gehuwd460,07
Gescheiden280,09
Verweduwd340,08
Nooit gehuwd geweest410,10
Gestandaardiseerd huishoudensinkomen
1e 20%-groep230,13
2e 20%-groep250,09
3e 20%-groep400,09
4e 20%-groep500,07
5e 20%-groep620,06
Stedelijkheid
Zeer sterk280,09
Sterk410,09
Matig440,06
Weinig530,10
Niet500,09
Type huishouden
Eenpersoons230,14
Paar zonder kinderen370,07
Paar met kinderen550,08
Eenouderhuishouden320,06
Huishoudgrootte
Eén persoon230,14
Twee personen360,06
Drie personen430,07
Vier personen580,09
Vijf personen of meer540,08